
Algemene voorwaarden
ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR GOLDMARIE APARTMENTS
§ 1 Toepassingsgebied
Deze algemene voorwaarden gelden voor alle gasten van de Goldmarie Apartments in Aschau im Zillertal.
§ 2 Begripsbepalingen
„Verhuurder" is Kaeuffer Real Estate GmbH, vertegenwoordigd door Christian Kaeuffer, Dorfstraße 15, 6274 Aschau im Zillertal
„Gast": een natuurlijke persoon die gebruikmaakt van het verblijf. De gast is in de regel tegelijk contractpartner. Als gast gelden ook die personen die met de contractpartner meereizen (bijv. gezinsleden, vrienden enz.).
„Contractpartner": een binnen- of buitenlandse natuurlijke of rechtspersoon die als
gast of namens een gast een verblijfsovereenkomst sluit.
„Consument" en „ondernemer": de begrippen moeten worden begrepen in de zin van het Oostenrijkse Konsumentenschutzgesetz 1979 in de telkens geldende versie.
„Verblijfsovereenkomst": de tussen verhuurder en contractpartner gesloten overeenkomst, waarvan de inhoud hierna nader wordt geregeld.
§ 3 Sluiten van de overeenkomst – aanbetaling
3.1 De verblijfsovereenkomst komt tot stand door de aanvaarding van de bestelling van de contractpartner door de verhuurder. Elektronische verklaringen worden geacht te zijn ontvangen wanneer de partij voor wie ze zijn bestemd deze onder normale omstandigheden kan opvragen, en de ontvangst tijdens de gebruikelijke openingstijden van de verhuurder plaatsvindt.
3.2 De contractpartner is verplicht de aanbetaling bij de boeking te betalen. De kosten van de geldtransactie (bijv. overschrijvingskosten) komen voor rekening van de contractpartner. Voor creditcards en debetkaarten gelden de voorwaarden van de betreffende kaartmaatschappij.
§ 4 Begin en einde van het verblijf
4.1 De contractpartner heeft het recht, voor zover de verhuurder geen ander tijdstip aanbiedt, de gehuurde ruimten vanaf 16:00 uur op de afgesproken dag („aankomstdag") te betrekken.
4.2 Wanneer een kamer voor het eerst vóór 06:00 uur 's ochtends in gebruik wordt genomen, telt de voorafgaande nacht als eerste overnachting.
4.3 De gehuurde ruimten moeten door de contractpartner op de dag van vertrek uiterlijk om 10:00 uur worden ontruimd. De verhuurder is gerechtigd een extra dag in rekening te brengen wanneer de gehuurde ruimten niet tijdig worden ontruimd.
§ 5 Opzegging van de verblijfsovereenkomst, annuleringskosten, opzegging door de verhuurder
5.1 Wanneer de verblijfsovereenkomst voorziet in een aanbetaling en deze aanbetaling niet tijdig door de contractpartner is voldaan, kan de verhuurder zonder verdere termijn de verblijfsovereenkomst opzeggen.
5.2 Wanneer de gast tot 18:00 uur op de afgesproken aankomstdag niet verschijnt, bestaat er geen verblijfsplicht, tenzij een later aankomsttijdstip is overeengekomen.
5.3 Tot uiterlijk 3 maanden vóór de afgesproken aankomstdag van de contractpartner kan de verblijfsovereenkomst door de verhuurder, op objectief gerechtvaardigde gronden, door middel van een eenzijdige verklaring worden ontbonden.
5.4 De opzegging door de contractpartner richt zich naar de individuele regelingen die bij het sluiten van de overeenkomst zijn overeengekomen.
§ 6 Beschikbaarstelling van een vervangende accommodatie
De verhuurder kan de contractpartner resp. de gasten een gelijkwaardige vervangende accommodatie (van dezelfde kwaliteit) ter beschikking stellen, indien dit voor de contractpartner redelijk is, met name wanneer de afwijking gering en objectief gerechtvaardigd is.
Een objectieve rechtvaardiging bestaat bijvoorbeeld wanneer de ruimte(n) onbruikbaar is/zijn geworden, reeds aanwezige gasten hun verblijf verlengen, er sprake is van overboeking of andere belangrijke bedrijfsmatige maatregelen deze stap vereisen.
§ 7 Verplichtingen van de contractpartner
De contractpartner is verplicht uiterlijk op het moment van aankomst de overeengekomen vergoeding te voldoen, vermeerderd met eventuele aanvullende bedragen die zijn ontstaan op grond van afzonderlijk gebruik van diensten door hem en/of de hem begeleidende gasten, vermeerderd met de wettelijke btw.
§ 8 Rechten van de verhuurder
Wanneer de contractpartner de betaling van de bedongen vergoeding weigert of daarmee in gebreke is, komt de verhuurder het wettelijke retentierecht overeenkomstig § 970c ABGB toe alsmede het wettelijke pandrecht overeenkomstig § 1101 ABGB op de door de contractpartner resp. de gast ingebrachte zaken.
Dit retentie- of pandrecht komt de verhuurder daarnaast toe ter zekerheid van zijn vordering uit de verblijfsovereenkomst, in het bijzonder voor maaltijden, overige uitgaven die voor de contractpartner zijn gedaan en voor eventuele vorderingen tot vergoeding van welke aard dan ook.
De verhuurder heeft het recht zijn prestaties te allen tijde definitief of tussentijds af te rekenen.
§ 9 Verplichtingen van de verhuurder
De verhuurder is verplicht de overeengekomen prestaties te leveren in een omvang die overeenkomt met zijn standaard.
§ 10 Aansprakelijkheid van de verhuurder voor schade aan ingebrachte zaken
10.1 De verhuurder is overeenkomstig §§ 970 ff ABGB aansprakelijk voor de door de contractpartner ingebrachte zaken. De aansprakelijkheid van de verhuurder bestaat alleen wanneer de zaken aan de verhuurder of aan de door de verhuurder gemachtigde personen zijn overhandigd of naar een door hen aangewezen of daarvoor bestemde plaats zijn gebracht. Voor zover de verhuurder het tegenbewijs niet weet te leveren, is hij aansprakelijk voor eigen schuld of de schuld van zijn personeel evenals van
in- en uitgaande personen. De verhuurder is aansprakelijk overeenkomstig § 970 lid 1
ABGB ten hoogste tot het bedrag dat is vastgesteld in de federale wet van 16 november 1921 betreffende de aansprakelijkheid van logies- en andere ondernemers in de telkens geldende versie. Wanneer de contractpartner of de gast geen onverwijld gehoor geeft aan de oproep van de verhuurder om zijn zaken op een bijzondere bewaarplaats te deponeren, is de verhuurder van iedere aansprakelijkheid bevrijd. De omvang van een eventuele aansprakelijkheid van de verhuurder is maximaal beperkt tot de aansprakelijkheidsverzekeringssom van de betreffende verhuurder. Eigen schuld van de contractpartner of gast wordt meegewogen.
10.2 De verhuurder aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de in het skidepot bewaarde voorwerpen, inclusief maar niet beperkt tot ski's, snowboards, skischoenen, helmen, kleding of persoonlijke waardevolle voorwerpen. De bewaring vindt plaats op eigen risico van de gast. Aanspraken op schadevergoeding wegens diefstal of verlies van de gedeponeerde voorwerpen zijn uitdrukkelijk uitgesloten, voor zover wettelijk toegestaan. De gast wordt erop gewezen eigen verzekeringsmogelijkheden voor de opgeslagen voorwerpen te onderzoeken.
10.3 De aansprakelijkheid van de verhuurder is voor lichte nalatigheid uitgesloten. Wanneer de contractpartner ondernemer is, wordt de aansprakelijkheid ook voor grove nalatigheid uitgesloten. In dat geval ligt de bewijslast voor het bestaan van de schuld bij de contractpartner. Gevolgschade of indirecte schade alsmede gederfde winst worden in geen geval vergoed.
10.4 Voor kostbaarheden, geld en waardepapieren is de verhuurder slechts aansprakelijk tot een bedrag van thans € 550,--. De verhuurder is alleen aansprakelijk voor een verdergaande schade wanneer hij deze zaken met kennis van hun aard in bewaring heeft genomen of wanneer de schade door hem zelf of een van zijn personeelsleden is veroorzaakt. De aansprakelijkheidsbeperking overeenkomstig 11.1 en 11.2 is van overeenkomstige toepassing.
§ 11 Aansprakelijkheidsbeperkingen
11.1 Wanneer de contractpartner consument is, wordt de aansprakelijkheid van de verhuurder voor lichte nalatigheid, met uitzondering van personenschade, uitgesloten.
11.2 Wanneer de contractpartner ondernemer is, wordt de aansprakelijkheid van de verhuurder voor lichte én grove nalatigheid uitgesloten. In dat geval ligt de bewijslast voor het bestaan van de schuld bij de contractpartner. Gevolgschade, immateriële schade of indirecte schade alsmede gederfde winst worden niet vergoed. De te vergoeden schade vindt in elk geval haar grens in
het belang bij de uitvoering van de overeenkomst (negatief contractsbelang).
§ 12 Houden van dieren
12.1 Dieren mogen uitsluitend na voorafgaande toestemming van de verhuurder en tegen een bijzondere vergoeding in het logiesbedrijf worden gebracht.
12.2 De contractpartner die een dier meeneemt, is verplicht dit dier tijdens zijn verblijf naar behoren te bewaren resp. te beaufsichtigen of dit op eigen kosten door geschikte derden te laten bewaren resp. beaufsichtigen.
12.3 De contractpartner resp. gast die een dier meeneemt, dient te beschikken over een passende WA-verzekering voor dieren resp. een particuliere WA-verzekering die ook mogelijke door dieren veroorzaakte schade dekt. Het bewijs van de betreffende verzekering moet op verzoek van de verhuurder worden geleverd.
12.4 De contractpartner resp. zijn verzekeraar zijn tegenover de verhuurder hoofdelijk aansprakelijk voor schade die meegebrachte dieren aanrichten. De schade omvat in het bijzonder ook die vergoedingen die de verhuurder aan derden moet voldoen.
12.5 In de gemeenschappelijk gebruikte ruimten, in sauna's en in whirlpools mogen zich geen dieren bevinden. Te allen tijde moet rekening worden gehouden met de overige gasten.
§ 13 Verlenging van het verblijf
13.1 De contractpartner heeft geen aanspraak op verlenging van zijn verblijf. Wanneer de contractpartner zijn wens tot verlenging tijdig kenbaar maakt, kan de verhuurder met de verlenging van de verblijfsovereenkomst instemmen. De verhuurder is daartoe niet verplicht.
13.2 Wanneer de contractpartner op de dag van vertrek het logiesbedrijf niet kan verlaten omdat door onvoorzienbare buitengewone omstandigheden (bijv. extreme sneeuwval, hoogwater enz.) alle vertrekmogelijkheden zijn afgesloten of onbruikbaar zijn, wordt de verblijfsovereenkomst voor de duur van de onmogelijkheid tot vertrek automatisch verlengd. Een vermindering van de vergoeding voor deze
periode is hoogstens dan mogelijk wanneer de contractpartner de aangeboden diensten van het logiesbedrijf als gevolg van de buitengewone weersomstandigheden niet volledig kan gebruiken. De verhuurder is gerechtigd ten minste de vergoeding te vorderen die overeenkomt met de gebruikelijk in rekening gebrachte prijs.
§ 14 Beëindiging van de verblijfsovereenkomst – voortijdige ontbinding
14.1 Wanneer de contractpartner voortijdig vertrekt, is de verhuurder gerechtigd de volledige overeengekomen vergoeding te verlangen. De verhuurder zal in mindering brengen wat hij door het niet-gebruik van zijn dienstenaanbod heeft bespaard of wat hij door anderszins verhuren van de gereserveerde ruimten heeft ontvangen. Er is alleen sprake van besparing wanneer het logiesbedrijf op het moment van het niet-gebruik van de door de gast gereserveerde ruimten volledig bezet is en de ruimte ten gevolge van de annulering door de contractpartner aan andere gasten kan worden verhuurd. De bewijslast voor de besparing rust op de
contractpartner.
14.2 Door het overlijden van een gast eindigt de overeenkomst met de verhuurder.
14.3 De verhuurder is gerechtigd de verblijfsovereenkomst met onmiddellijke ingang om een gewichtige reden te ontbinden, met name wanneer de contractpartner resp. de gast
a) van de ruimten een aanzienlijk nadelig gebruik maakt of door zijn roekeloze, aanstootgevende of anderszins grof onbetamelijke gedrag het samenwonen voor de overige gasten, de eigenaar, diens personeel of de in het logiesbedrijf verblijvende derden onmogelijk maakt of zich tegenover deze personen schuldig maakt aan een strafbare handeling tegen eigendom, openbare zedelijkheid of lichamelijke veiligheid;
b) onderworpen is aan een door de overheid bevolen isolatie of quarantaine wegens een meldingsplichtige besmettelijke ziekte, voor zover daardoor de voortzetting van de bedrijfsvoering van het logies of de bescherming van andere gasten concreet in gevaar zou komen;
c) de overgelegde facturen bij vervaldatum binnen een redelijk gestelde termijn (3 dagen) niet betaalt.
14.4 Wanneer de uitvoering van de overeenkomst onmogelijk wordt door een gebeurtenis die als overmacht moet worden aangemerkt (bijv. natuurrampen, staking, uitsluiting, overheidsmaatregelen enz.), kan de verhuurder de verblijfsovereenkomst te allen tijde zonder inachtneming van een opzegtermijn ontbinden, voor zover de overeenkomst niet reeds van rechtswege als ontbonden geldt of de verhuurder van zijn verblijfsplicht is bevrijd. Eventuele aanspraken op schadevergoeding e.d. van de contractpartner
zijn uitgesloten.
§ 15 Plaats van uitvoering, bevoegde rechter en rechtskeuze
15.1 Plaats van uitvoering is de plaats waar het logiesbedrijf is gelegen.
15.2 Op deze overeenkomst is Oostenrijks formeel en materieel recht van toepassing, met uitsluiting van de regels van internationaal privaatrecht (in het bijzonder het Oostenrijkse IPRG en het EVO) alsmede van het Weens Koopverdrag.
15.3 In tweezijdige ondernemerstransacties is de exclusief bevoegde rechter die van de vestigingsplaats van de verhuurder, waarbij de verhuurder bovendien gerechtigd is zijn rechten ook bij elk ander territoriaal en zakelijk bevoegd gerecht geldend te maken.
15.4 Wanneer de verblijfsovereenkomst is gesloten met een contractpartner die consument is en zijn woonplaats resp. gewone verblijfplaats in Oostenrijk heeft, kunnen vorderingen tegen de consument uitsluitend worden ingesteld bij de rechter van de woonplaats, de gewone verblijfplaats of de werkplek van de consument.
15.5 Wanneer de verblijfsovereenkomst is gesloten met een contractpartner die consument is en zijn woonplaats heeft in een lidstaat van de Europese Unie (met uitzondering van Oostenrijk), IJsland, Noorwegen of Zwitserland, is uitsluitend de rechter bevoegd die voor de woonplaats van de consument territoriaal en zakelijk bevoegd is voor vorderingen tegen de consument.
§ 16 Overige
16.1 Voor zover de bovenstaande bepalingen niets bijzonders voorschrijven, begint een termijn te lopen vanaf de bezorging van het stuk waarin de termijn wordt opgelegd aan de contractpartner die de termijn in acht moet nemen. Bij de berekening van een naar dagen bepaalde termijn wordt de dag waarop het tijdstip of de gebeurtenis valt waarnaar het begin van de termijn zich richt, niet meegeteld.
Naar weken of maanden bepaalde termijnen hebben betrekking op die dag van de week of van de maand die door benaming of nummer overeenkomt met de dag waarvan af de termijn moet worden geteld. Ontbreekt deze dag in de maand, dan is de laatste dag van die maand bepalend.
16.2 Verklaringen moeten de andere contractpartner uiterlijk op de laatste dag van de termijn (24:00 uur) hebben bereikt.
16.3 De verhuurder is gerechtigd vorderingen van de contractpartner met eigen vorderingen te verrekenen. De contractpartner is niet gerechtigd eigen vorderingen met vorderingen van de verhuurder te verrekenen, tenzij de verhuurder insolvent is of de vordering van de contractpartner gerechtelijk is vastgesteld of door de verhuurder is erkend.
16.4 In geval van lacunes gelden de overeenkomstige wettelijke bepalingen.